Buitenmeubelen
Buitenmeubelen koop je zelden twee keer in tien jaar. Hieronder lees je welk materiaal de winter buiten doorstaat, hoeveel centimeter tafel je per persoon nodig hebt, wat het prijsverschil verklaart en waarom het koopmoment uitmaakt.
Welk materiaal kan het hele jaar buiten blijven
Het materiaal bepaalt de prijs, het uitzicht en het werk. Teak bevat eigen olie en rot niet, maar verkleurt onbehandeld in één seizoen naar zilvergrijs. Aluminium roest niet en wordt gepoedercoat in elke tint. Wicker is gevlochten kunststofvezel rond een aluminium frame: de rotanlook zonder het onderhoud. Rope is gesponnen touw van polypropyleen, soepel en snel droog. Polywood is massief kunststof dat oogt als geverfd hout maar niet schilfert. Kunststof en gepoedercoat staal zijn de goedkoopste ingang; werk bij staal beschadigde coating snel bij, want daar begint de roest.
Kort samengevat: moeten je buitenmeubels zonder werk overwinteren, kies dan aluminium, wicker, rope of polywood. Kies je hout, reken dan op één onderhoudsbeurt per jaar.
Net het lage gewicht is het nadeel: een aluminium stoel weegt vaak vier tot zes kilo en schuift weg bij wind. Het materiaal wordt heet in de zon, en een kras in de poedercoating schuur je niet weg. Zwaardere sets combineren daarom een aluminium onderstel met een blad in keramiek of HPL.
Hoeveel zitplaatsen en hoeveel terras
Reken zestig tot zeventig centimeter tafelrand per persoon. Een tuintafel van 160 cm zet vier tot zes mensen, 180 tot 200 cm brengt je op zes, en vanaf 220 cm zit je met acht. Houd aan elke kant zeventig tot tachtig centimeter vrij om een stoel achteruit te schuiven en er nog achter te passeren. Een set voor zes vraagt zo al snel drie op drieënhalve meter terras.
Kort samengevat: teken de opstelling met tape uit op je tegels. Dat toont meteen of de deur nog opengaat.
Op een balkon van twee bij anderhalve meter werkt een bistroset met een rond blad van 60 tot 70 cm. Een bank tegen de gevel met een smalle tafel ervoor wint op een smal terras dertig tot veertig centimeter looppad. Klap- of stapelbare stoelen geven de ruimte terug zodra je ze wegzet.
Loungen, dineren of allebei
Een tuinset op eethoogte heeft een blad rond 74 cm: je zit rechtop en eet er comfortabel aan. Een loungeset zit lager en dieper, met een salontafel rond 35 tot 40 cm, om in weg te zakken. Daartussen zit de lounge-dining set, met een blad rond 65 cm en diepere stoelen; dat werkt als je maar plaats hebt voor één opstelling. Een ligbed of parasol komt erbovenop.
Eet je vooral buiten, kies dan eethoogte; is het terras je tweede zithoek naast de woonkamer, dan is een lage opstelling logischer.
Stijl en kleur die bij je gevel past
Buitenmeubelen zie je altijd samen met je terrastegels en je gevel. Modern werkt met aluminium in antraciet of wit en een blad in keramiek; landelijk leunt op hout en wicker in warme bruintinten; scandinavisch en japandi houden het licht met blank hout en ecru kussens.
Kleur veroudert buiten sneller: lichte kussenstof toont elke druppel, donkere stof toont zonneschade. Beige, taupe en grijs verbergen het meest. Trek je de kleurlijn van je eettafel binnen door, dan oogt de overgang rustiger.
Wat bepaalt het prijsverschil
Twee tuinsets voor zes personen kunnen een veelvoud van elkaar kosten. Het verschil zit in de dikte van het frame en of aluminium gelast dan wel geschroefd is, in het aantal draden per centimeter bij wicker en rope, en vooral in het tafelblad: gepoedercoat staal is goedkoper dan keramiek of HPL, dat niet vlekt. Doorgeverfde acrylstof verschiet trager dan bedrukt polyester.
Kort samengevat: til een stoel op en duw tegen de poten. Een frame dat nu al meegeeft, geeft na drie seizoenen meer mee. Vraag ook waaruit het blad bestaat: daar zit vaak het grootste deel van het verschil.
Buitenmeubelen onderhouden per materiaal
Aluminium, kunststof, rope en polywood neem je twee keer per jaar af met lauw water, groene zeep en een zachte borstel. Een hogedrukreiniger vreet poedercoating aan en trekt vlechtwerk los. Kussens berg je droog op: schimmelvlekken komen van vocht in het schuim, niet van regen. Hoe lang een set meegaat, hangt minder van de prijs af dan van dat halfuur werk voor en na de winter.
Teak waar je niets aan doet, wordt in één seizoen zilvergrijs. Dat is geen schade: de bescherming zit in de olie in het hout, niet in de kleur. Wil je de honingtint houden, borstel het hout dan in het voorjaar schoon met een teakreiniger, laat het drogen en breng teakolie aan. Eén beurt per jaar volstaat. Is het al vergrijsd, schuur dan eerst licht met korrel 180 in de nerfrichting.
Groene aanslag is een algenlaag en zit vooral op meubelen in de schaduw. Een sopje van groene zeep of soda in lauw water, tien minuten laten inwerken en afschrobben met een zachte borstel, haalt het meeste weg. Naspoelen hoort erbij, anders blijft een zeepfilm achter die opnieuw vuil vasthoudt. Op kunststof dat krijtig aanvoelt, is die doffe laag verweerd materiaal en helpt poetsen niet meer.
Wanneer koop je tuinmeubelen het best
De vraag naar tuinmeubelen piekt in maart, april en mei en zakt in december tot ongeveer een tiende daarvan. In het vroege voorjaar liggen de collecties volledig en heb je de meeste keuze in maat, kleur en materiaal. Na de zomer is het aanbod uitgedund, maar staan toonzaalmodellen vaker afgeprijsd. Wat verlaagd is, zie je in de outlet.
Koop je in het voorjaar, vraag dan de levertermijn na: iedereen staat dan bij dezelfde leveranciers. Zoek je zitmeubelen voor binnen, kijk dan bij de stoelen.
Twijfel je tussen twee materialen of twee formaten, kom dan langs in een van onze toonzalen. Neem de maten van je terras mee en het aantal mensen dat er aan tafel zit; daarmee raak je er snel uit.