Slaapcomfort
Slaapcomfort is de optelsom van drie lagen: de bodem die draagt, de matras erop en het beddengoed erboven. Gaat er een laag mank, dan voel je dat 's ochtends.
De bodem draagt, de matras vangt op
De bedbodem vangt je bewegingen op en bepaalt vooral de steun; de matras bepaalt het comfort en de drukverdeling. Een lattenbodem werkt het best onder latex of koudschuim, want die kernen geven de beweging van de latten door. Tussen bodem en matras hoort niets: geen plank, hooguit een matrasbeschermer. Vervang je na tien jaar je matras, kijk dan meteen of de bodem nog veert.
Eerst de maat, dan de hardheid
De gangbare maten zijn 90x200 voor een persoon en 140x200, 160x200 of 180x200 voor twee. Bij 160 of 180 cm breed nemen veel koppels twee losse matrassen van 80 of 90 cm, zodat ieder zijn eigen hardheid kiest; dat heet een duo-opstelling. Weeg je meer of slaap je op je zij, dan zit je meestal beter met een stevigere kern.
Kussen, dekbed en lakens
Een hoofdkussen vult de ruimte tussen schouder en nek op, dus zijslapers hebben een hoger kussen nodig dan rugslapers. Een dekbed kies je op warmteklasse, niet op dikte. Kijk bij hoeslakens naar de hoekhoogte: die moet je matras plus een eventuele topper aankunnen.
Wil je erop liggen voor je beslist? In onze drie showrooms kun je proefliggen en zoeken onze adviseurs de combinatie van bodem en matras erbij.